Probleemanalyse en plan
Relevante richtlijnen
Terug naar de homepage

De regisseur - Heb jij scherp wat je moet doen?

Regie voeren

Toeleiden naar zorg en ondersteuning
Op basis van het plan zet de regisseur tijdig de benodigde zorg en ondersteuning in op alle leefgebieden. Hij maakt hierbij zowel gebruik van het sociale netwerk van het gezin, voorliggende voorzieningen en specialistische zorg en ondersteuning. De regisseur zorgt voor de benodigde beschikkingen en verwijzingen. 

Overzicht houden
De regisseur houdt het overzicht, heeft zicht op hoe het met het gezin gaat en hoe de hulpverlening loopt. Hiertoe onderhoudt hij contact met het gezin, het sociale netwerk en met de professionals rondom het gezin.

Evalueren en bijstellen 
De regisseur organiseert dat de kwaliteit en het effect van de zorg en ondersteuning tussentijds met alle professioneel en informeel betrokkenen wordt geëvalueerd. Het is belangrijk dat de regisseur hier systematisch informatie voor verzamelt en periodiek de inschatting van de zelfredzaamheid en risico’s maakt. Hij moet alert zijn op signalen over (de hulpverlening aan) het gezin, zodat hij - samen met het gezin en professioneel en informeel betrokkenen - zo nodig het plan kan bijstellen. 

Grenzen stellen en ingrijpen 
De regisseur stelt grenzen, neemt besluiten en laat anderen mee beoordelen wat nodig is om de ontwikkelingsbedreiging van kinderen op te heffen. Grenzen stellen betekent niet automatisch dat de relatie wordt verbroken. Maar als de gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen in het gezin in gevaar is, moet de regisseur soms wel zijn relatie met het gezin op scherp zetten. Het is noodzakelijk consequenties te verbinden aan de beperkte draagkracht van ouders in relatie tot het zorgmijdende gedrag, de problematiek en de veiligheid en de ontwikkeling van kinderen.

De regisseur doet alles wat nodig is om de veiligheid van de kinderen te bewaken en in hun belang te handelen. Hij is degene die signalen ontvangt als de hulpverlening niet goed loopt of als de situatie in het gezin verandert. Als dit nodig is, grijpt hij in. Hij kan dan opschalen naar andere of intensievere vormen van hulp (al dan niet in het gedwongen kader) en afschalen als de problemen van het gezin zijn afgenomen of beheersbaar zijn geworden. Zo vergroot hij de leefbaarheid van het gezin en de kinderen. De acceptatie van zijn regierol door andere hulpverleners is hierbij cruciaal.